|
|
De kracht van een goed team zit hem in een juiste
taakverdeling op basis van onderling verschillende
persoonlijkheden en competenties. Een goed samengesteld team
levert synergie en bereikt meer dan de leden afzonderlijk.
Zo zal een team bestaande uit alleen maar 'denkers' de meest
fantastische plannen maken, die vermoedelijk nooit worden
uitgevoerd. Een team met alleen maar 'doeners' levert veel
resultaten op, maar of de organisatie nu juist op dié
resultaten zat te wachten, is de vraag. De teamindeling in
'denkers' en 'doeners' is een eenvoudige vorm van
teamrolmanagement. We typeren mensen aan de hand van
persoonlijkheidskenmerken. Met behulp van deze types kunnen
we optimale teams samenstellen.
Wat is het nut van
persoonlijkheidsmodellen? Alhoewel er zeer veel haken en
ogen aan deze persoonlijkheidsmodellen zitten, kunnen ze in
praktijk van grote waarde zijn. Het besef dat goede teams
bestaan uit een juiste mix van persoonlijkheden, opent bij
velen de ogen voor de kwaliteiten van medewerkers die
'anders' zijn dan de rest. Zo zijn er naast 'denkers' en
'doeners' ook teamleden nodig die zorgen voor de sfeer in de
groep of zich meer dan gemiddeld bekommeren over het welzijn
van de anderen. Uiteraard is er geen sprake van een
mathematische exercitie maar de teamrol indelingen zoals we
die kennen van
Belbin en typologieën als het
Enneagram
kunnen in hoofdlijnen helpen bij de ontwikkeling en optimale
samenstelling van teams. Een tweede terrein waar persoonlijkheidsmodellen hun
waarde kennen is de individuele
persoonlijkheidsontwikkeling. Toepassing van deze modellen
geeft de medewerker en -soms ook teamleden- inzicht in
bekende en onbekende eigenschappen. Vanuit het Johari Window
weten we dat mensen kunnen beschikken over blinde vlekken
en dat mensen sommige zaken voor zichzelf houden. Door meer
systematisch naar een persoonlijkheid te kijken wordt voor
de medewerker én het team vaak duidelijk waar de goede en
voor verbetering vatbare eigenschappen zitten.
|
|
|
|
Je hebt er een grote behoefte aan dat
anderen je aardig vinden. Naar buiten toe heb je jezelf goed
onder controle, maar innerlijk ben je soms onzeker, en dan
twijfel je of je wel de juiste beslissing hebt genomen. Je
hebt nog veel onbenutte mogelijkheden. Je bent kritisch
ingesteld - ook op jezelf - en je neemt niet zomaar iets van
anderen aan. Hoewel je een paar persoonlijke zwakheden hebt,
slaag je er aardig in die te compenseren. Soms ga je graag
met mensen om, maar op andere tijden ben je meer in jezelf
gekeerd. Dat komt omdat jij van afwisseling houdt en je
vindt het vervelend om met beperkingen te maken te hebben.
Ten slotte, je geeft je niet zomaar bloot, want je hebt
gemerkt dat het onverstandig is als je dat te vaak doet.
Voor vrienden daarentegen sta je open.
|
|
|
|
Hij vroeg zijn
studenten de tekst te lezen en aan te geven met een cijfer
van 0 tot 5, in hoeverre de student zichzelf herkende in de
tekst, 5 voor ‘excellent assessment’ en 4 voor ‘goed
assessment’. Het gemiddelde in de groep lag op 4,26. De test
is honderden keren herhaald met psychologiestudenten en het
gemiddelde lag steeds op 4,2. Forer had ontdekt dat mensen
de neiging hebben om vage en algemeen geformuleerd teksten
over hun persoonlijkheid te accepteren en ze zelfs als
unieke persoonlijke eigenschappen te zien (Pijl, 2004).
Het Forer-effect wordt soms ook wel het Barnum-effect
genoemd. Barnum was een circusbaas, die een meester was in
het bedenken van nietszeggende teksten, die echter wel op
bijna iedereen van toepassing zijn. Een mooi voorbeeld van
dit effect zijn de horoscopen uit het ochtendblad. Helaas
moeten we ook vaststellen dat veel persoonlijkheidstesten
dit niveau wetenschappelijk gezien niet veel ontstijgen. Uit
onderzoek
blijkt dat de
betrouwbaarheid (herhaalbaarheid bij verschillende metingen)
en validiteit (meten de vragen wat er gemeten moeten worden)
van bijvoorbeeld het
Enneagram
volstrekt
onvoldoende is. De persoonlijkheidstypen die uit deze tests
rollen, zijn eerder een soort amateurpsychologie dan
wetenschappelijk gefundeerde persoonlijkheidsbeschrijvingen.
Het taalgebruik in de vele tientallen boeken die over het Enneagram verschenen zijn, is zonder
uitzondering zeer wollig en voor meerdere interpretatie
vatbaar. Het maakt mensen het wel heel gemakkelijk om zich
in -sociaal of binnen de organisatie gewenste- types te
herkennen: het Barnum-effect dus.
Een mogelijk verrassender
conclusie is dat het gebrek aan betrouwbaarheid en
validiteit ook geldt voor de zeer populaire
MBTI-test.
Vrijwel geen enkele zichzelf respecterende wetenschappelijk
psycholoog maakt nog gebruik van dit model zie
1,
2. Het model is gebaseerd op
een nooit wetenschappelijk geverifieerde persoonlijkheidstheorie
van Carl Jung en in de literatuur moet vooral de indeling in
de 16 persoonlijkstypen (ISTJ, ESTJ etc.) het ontgelden. Er
is echter wel veel vraag naar. En in een commerciële
omgeving creëert dat een rijk geschakeerd aanbod aan
testaanbieders Go. Een veel gebruikt en wel wetenschappelijk
onderbouwd model is het
Big Five persoonlijkheidsmodel (ook
wel NEO-PI-R genaamd naar de meest gebruikte
Nederlandstalige meetstandaard voor de Big Five). In
tegenstelling tot de vorige modellen gaat het niet primair
om persoonlijkstypen ('hokjes') maar meet dit instrument
vijf hoofdpersoonlijkheidskenmerken (factoren), en per
factor eveneens een zestal ondergeschikte
persoonlijkheidstrekken (facetten).
De vraag dringt zich
op waarom we ondanks de gebrekkige betrouwbaarheid en
validiteit toch tests als het Enneagram en MBTI
behandelen. De reden is eenvoudig: het zijn handige
instrumenten in praktijk die teamontwikkeling en eventueel
persoonlijke ontwikkeling stimuleren. Door hun relatieve
eenvoud zijn ze een makkelijk te gebruiken hulpmiddel,
vooral voor reflectie en het verhogen van het
zelfbewustzijn. Als de uitkomsten worden gezien als
hypothesen, bieden ze de deelnemer de gelegenheid
eventueel samen met een deskundige, een collega of een
leidinggevende te reflecteren op het eigen handelen. Ook
teams kunnen met de resultaten van een test een goed gesprek
voeren over het functioneren van het team. En ook al klopt
er niets van het verhaal, toch is er, vooral door het goede
gesprek, een effect op het bewustzijn. Na een goed gesprek
over de persoonlijke stijl of het functioneren van het team,
gaan mensen beter letten op hun eigen gedrag en soms past
men het gedrag als vanzelf aan. Een erg handig hulpmiddel
hierbij is het
Kernkwadrant van Daniel Ofman. Daarbij gaat het
niet zozeer om de persoonlijke eigenschappen
(kernkwaliteiten) zelf maar om de bewustwording,
ontwikkeling en beheersing daarvan (in valkuilen,
uitdagingen en allergieën).
De
persoonlijkheidstest als stimulans van de eigen- en
teamontwikkeling dus. Geen wetenschappelijk instrument maar
een handig hulpmiddel. Bij het toepassen van
persoonlijkheidstest moet men overigens wel rekening houden
met minder goede, onbedoelde effecten. Het komt veel voor
dat managers en medewerkers elkaar vastpinnen op één
persoonlijkheidstype. Daarmee wordt gedrag van individuen
niet alleen verklaard en begrepen, maar ook zodanig
vastgezet dat het een belemmering vormt voor de verdere
ontwikkeling van het individu. Managers die hun medewerkers
willen begrijpen aan de hand van een test kunnen juist het
tegenovergestelde bereiken, omdat de testen daarvoor te
onbetrouwbare informatie geven. Een manager leert de
medewerker alleen echt beter begrijpen als hij let op wat de
medewerker doet en zegt, als hij vragen stelt en voldoende
tijd neemt om gesprekken te voeren (Pijl, 2004).
|
|