|
|
Besturende processen vinden we op alle niveaus.
De processen rondom strategische besturing behandelen we hierna.
Zie voor besturende processen op
tactisch niveau. De operationele besturing is onderdeel
van de pri-maire–, ondersteunende–, verbeter– en ketenprocessen
zelf. We bespreken daarom de operationele besturing niet apart,
maar bij elk specifiek proces. |
|
|
De strategische besturingsprocessen zijn afgebeeld in bovenstaande figuur. We
zien dat de basisprocessen zijn afgeleid van de
PDCA–cirkel.
Het strategische besturingsproces draait om het
bedrijfsplan, ook wel beleidsplan of businessplan genoemd.
Dit plan bestaat uit twee hoofdonderdelen. Een stabiel deel
met daarin de
missie, visie en kernwaarden van de
organisatie. En een deel met de strategie voor wat betreft
alle managementbouwstenen: resultaten, mensen, middelen,
structuur, cultuur en ketens.
De strategische processen
zijn geclusterd in tak 1. Besturen. We kunnen de volgende
(sub)processen onderscheiden:
1. B E S T U R E N 1.1
Actualiseren strategische analyse – Ontwerpen Permanent
proces ter ondersteuning van strategisch besturen. In dit
proces wordt een bedrijfsarchitectuur ontwikkeld. Output
zijn diverse transitie scenario's (marsroutes). In dit
proces worden diverse voorzieningenarchitecturen (waar onder
de informatie architectuur) geïntegreerd.
1.2
Strategisch besturen 1.2.s1 Plan – Opstellen bedrijfsplan
Richting geven (formuleren van een strategisch richting voor
de toekomst van de onderneming op langere termijn). Welke
resultaten wil de organisatie bereiken? Opstellen ‘smart’
doelstellingen of normen. Vaststellen hoe we deze
doelstellingen via prestatie–indicatoren (PI) gaan meten. In
dit proces worden strategische afspraken gemaakt met
ketenpartners en (strategische, politieke vertegenwoordigers
van klanten). Deze afspraken hebben de vorm van convenanten
en geven de globale richting aan van de samenwerking.
1.2.s2 Do – (laten) Uitvoeren bedrijfsplan Opdracht geven
tot uitvoeren bedrijfsplan. Permanente meting van
vastgestelde prestatie–indicatoren. Excecutive action is
onderdeel van deze fase (betrokkenheid in cruciale
ondernemingsbesluiten).
1.3.s3 Check – Evalueren voortgang
(op basis van rapportage) Toezicht uitoefenen (het zich
informeren over en houden van toezicht op de prestaties van
het management). Vaststellen of informatie volledig, tijdig
en betrouwbaar is. Vergelijken werkelijk behaalde resultaten
met geplande resultaten. Evaluatie verschillen, achterhalen
oorzaken. Vaststellen of verbeterpunten bewaakt worden.
Verantwoording afleggen (aan degenen die daartoe een
legitieme eis hebben)
1.4.s4 Act – Bijsturen
Interventie
door management (proceseigenaar), nemen van maatregelen om
het oorspronkelijk geplande resultaat alsnog te behalen.
Prioriteren mogelijke interventies (transitiescenario's).
Daadwerkelijk uitvoeren, ingrijpen op basis van
transitiescenario's.
|
|