|
In deze aanpak worden twee werkwijzen gecombineerd. De
ontwerpbenadering en de ontwikkelbenadering.
In de top–down benadering
ontwerpbenadering worden de procesontwerpen –veelal
op wetenschappelijke en systematische wijze– door een kleine
ontwerpgroep vervaardigd. Voordeel is dat de ontworpen
processen vaak een sluitend en goed samenhangend geheel
vormen. Nadeel is het gebrek aan betrokkenheid van de
werkvloer. Ook bestaat het risico dat allerlei best practices te weinig in het
procesontwerp worden meegenomen. De praktijktoets vindt pas
plaats als de processen implementatiegereed zijn.
De bottom–up
ontwikkelbenadering benadering kiest
daarentegen juist het startpunt in de praktijk. Allerlei
lopende ontwikkelingen worden samengevoegd en er wordt
geleerd van elkaars ervaringen en oplossingen. Dit is een
groot voordeel, maar het nadeel van deze benadering is dat
er vaak een niet dekkend, versnipperd en inconsistent geheel
van processen ontstaat.
De pendelbenadering tracht de
voordelen van beide benaderingen te combineren. Er wordt een
ontwerpgroep gevormd die volgens de top–downbenadering
werkt. Zij maken alleen een globaal ontwerp dat zeer
regelmatig en al vroeg na de start door de bottom–up groepen
beoordeeld wordt. In deze pendelsessies kunnen de bottom–up
groepen (vaak vrijwillig deelnemende ‘adoptie’
organisatie-eenheden) hun
ervaringen en detailontwerpen kwijt. Door deze
kruisbestuiving wint het globaal ontwerp aan kwaliteit,
terwijl de activiteiten van de werkvloer in een vroegtijdig
stadium stapsgewijs gericht worden.
|
|