|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
 |
|
Fundamentele uitgangspunten voor elke strategie |
|
|
|
 |
|
|
De inhoud van een strategie is voor elke organisatie
anders. Toch zijn er een aantal fundamentele principes of
uitgangspunten te noemen die ten grondslag liggen aan de
visie en strategie van de meeste succesvolle of excellente
organisaties. Het overzicht is gebaseerd op de
basisprincipes van INK, EFQM, ISO en een onderzoek naar
excellente bedrijven (de nog steeds actuele klassieker van
Tom Peters en Waterman uit 1982). |
|
 |
|
|
 |
- S T R A T E G I E
- Werk op basis van een lange termijn visie. Deze
visie heeft een duidelijke focus en is uitgewerkt in
meetbare doelen en concrete acties.
- R E S U L T A T E N
- Werk van
buiten naar binnen. De stakeholders (belanghebbenden)
bepalen welke resultaten de organisatie levert. Stakeholders
zijn: de klant, de medewerkers, de leveranciers,
maatschappij en degene die financiële belangen in de
organisatie hebben (aandeelhouders).
- Werk primair
klantgericht. De klant is belangrijkste stakeholder en staat
voorop. Bepaal wie de klanten zijn. Bepaal wat de
verwachtingen zijn in meetbare termen. Beoordeel in welke
mate voldaan wordt aan de verwachtingen.
- Zoek balans
tussen de belangen van alle stakeholders. Het lange termijn
belang van een organisatie is het best gediend door een
ethische benadering waarbij evenwicht in waardering tussen
alle stakeholders voorop staat.
- Meten is weten, gissen is
missen. De leiding is voortdurend op de hoogte van de
toegevoegde waarde is van de verrichte inspanningen.
Beslissingen over de operatie en verbeteringen worden gedaan
op basis van betrouwbare informatie (inclusief stakeholder
perceptie).
- S T R U C T U U R
- Processen zijn leidend.
Organisaties werken effectiever als alle activiteiten
vervat zijn in processen en systematisch gemanaged worden.
Procesmanagement zorgt voor transparantie en maakt een
systeem van afgewogen metingen en controle mogelijk.
- Platte organisatiestructuur. Er is een kleine machtsafstand.
Hoe meer niveaus in de organisatie, hoe langer de
besluitvorming en de reactietijd. De organisatie heeft een
eenvoudige vorm en er is weinig stafpersoneel. Het
management weet wat er op de werkvloer gebeurt en leeft.
- Kleine autonome eenheden. De eenheden zijn zo klein en
zelfstandig mogelijk. Dit is nodig om snel en adequaat te
kunnen reageren op de wisselende eisen van de klanten. Zorg
bovendien voor een menselijk maat. Overzichtelijkheid
bevordert informele samenwerking
- Decentraliseer zoveel
mogelijk. Maak mensen zelf verantwoordelijk voor– en
betrokken bij het resultaat (empowerment). Bevorder
ondernemerschap.
- C U L T U U R
- Neem basiswaarden als
uitgangspunt. Stabiele basiswaarden zorgen voor evenwicht
tussen houding, regels en gedrag.
- Investeer in
betrokkenheid. Zorg voor overlap tussen persoonlijke– en
organisatiewaarden in de vorm van shared values.
- Zorg voor
onderling vertrouwen. Samenwerking vereist een open en
eerlijke omgang met elkaar. Daarvoor is vertrouwen is
noodzakelijk.
- Vertrouw op eigen verantwoordelijkheid.
Definieer duidelijke doelen, stimuleer vakmanschap, maar
laat de uitvoering aan de medewerker zelf over.
- Continu
verbeteren is in de cultuur verankerd. Leren, verbeteren en
borgen zijn uitgangspunten bij het handelen. Principe:
fouten maken mag – als je er maar van leert.
- M E N S E N
- Investeer permanent in de ontwikkeling van medewerkers. Zorg
voor productiviteit via mensen.
- Bevorder samenwerken en
teamwork. Een team levert synergie en bereikt meer dan de
leden afzonderlijk. Investeer in samenwerkingsvaardigheden
en respecteer daarbij onderlinge verschillen.
- Stuur op
verbetervermogen. Stimuleer medewerkers innovatieve
oplossingen aan te dragen en kennis uit te wisselen. Creëer
condities om daadwerkelijk verbeteringen te realiseren.
- M I D D E L E N
- Informatietechnologie is de belangrijkste
enabler voor veranderingen. De juiste inzet van ICT wordt
steeds belangrijker voor een goede bedrijfsvoering. De
succesvolle ICT–ondersteuning van bedrijfsprocessen begint
met de vraag hoe je automatiseringsmiddelen beheerst en op
langere termijn inzet, met name ter versterking van de
organisatiestrategie.
- K E T E N S
- Beschouw leveranciers als
ketenpartners. Kwaliteitsorganisatie hebben intensieve
relaties met een beperkt aantal leveranciers. Die intensieve
relatie heeft vaak het karakter van co–makership of
partnership.
- Minder roeien, meer sturen. Niet langer
bemoeienis met uitvoeringsdetails, maar besturing in
hoofdlijnen, waarbij maximaal gebruik wordt gemaakt van de
initiatieven en competenties van derden. De flexibiliteit en
slagkracht nemen daardoor toe en de veranderstelling is dat
ook de efficiëntie in de uitvoering toeneemt. Immers, de
uitvoerders moeten met elkaar concurreren om de
uitvoeringstaak te verwerven.
|
|
|
|
 |
|
| |
Zie Kaplan en Norton over de belangrijkste pijlers
van een strategie. |
|
|
 |
|
|
|