De macht van leveranciers
Leveranciers kunnen macht uitoefenen door te dreigen met
verhoging van kosten of verlaging van kwaliteit. De macht
hangt af van (1) de hoeveelheid leveranciers, (2) de
hoeveelheid substituten, (3) het belang van de bedrijfstak
voor de leveranciers, (4) de overstapkosten, (5) de
standaardisatie van het product, en (6) de mogelijkheden van
verticale integratie (leveranciers kunnen het product van de
bedrijfstak zelf gaan produceren, of spelers in de markt
kunnen zelf het product van de leverancier gaan produceren).
De macht van afnemers
Wanneer afnemers veel macht hebben kunnen zij de prijs onder
druk zetten door concurrenten tegen elkaar uit te spelen. De
macht van de afnemers hangt af van (1) het deel van de omzet
dat door de afnemer wordt afgenomen, (2) het belang van het
product voor de afnemer, (3) de mate van standaardisatie van
het product, (4) de overstapkosten, (5) de winsten van de
afnemers, (6) de dreiging van verticale integratie, (7) het
belang van het product van de bedrijfstak voor de kwaliteit
van het product van de afnemer, en (8) de mate waarin de
koper geïnformeerd is over de vraag, marktprijzen en kosten
binnen de bedrijfstak.
De mate waarin substituten en complementaire goederen
verkrijgbaar zijn
Alle ondernemingen concurreren in brede zin ook met andere
bedrijfstakken waar substituten worden geproduceerd. Deze
substituten beperken de potentiële opbrengsten voor een
bedrijfstak. De comple-mentaire goederen vertonen een
positieve correlatie met de markt. Wanneer bijvoorbeeld
DVD’s voor consumenten steeds aantrekkelijker worden
(bijvoorbeeld door dalende prijzen), dan zal dit een gunstig
effect hebben op de markt voor DVD-spelers.
De dreiging van nieuwe toetreders tot de markt
Nieuwkomers in een bedrijfstak streven naar marktaandeel en
zorgen voor extra capaciteit. De prijzen kunnen hierdoor
dalen of de kosten van de huidige ondernemingen kunnen hoger
worden. Beide effecten hebben een negatief effect op de
winstgevendheid. De kans dat nieuwe toetreders de markt
betreden hangt af van de bestaande toetredingsbarrières en
de reactie van bestaande concurrenten op de nieuwkomer. De
zes belangrijkste toetredingsbarrières zijn:
Schaalvoordelen: schaalvoordelen zorgen voor een barrière
omdat nieuwkomers gedwongen worden tussen een intrede op
grote schaal of op kleine schaal met hogere kosten als
gevolg. Productdifferentiatie: wanneer gevestigde
ondernemingen merkbekendheid en loyaliteit van klanten
genieten, moeten nieuwkomers veel investeren om hier tegenop
te boksen. De hoeveelheid benodigd kapitaal: in sommige
sectoren is enorm veel kapitaal nodig voordat de productie
kan beginnen. Dit levert een grote barrière op voor
nieuwkomers. Overstapkosten: overstapkosten zijn de
éénmalige kosten die klanten hebben wanneer ze overgaan naar
een andere leverancier. Wanneer deze kosten heel hoog zijn,
zijn klanten moeilijker over te halen om over te stappen
naar nieuwkomers Toegang tot distributiekanalen: wanneer de
logische distributiekanalen allemaal zijn voorzien door
huidige ondernemingen zal het nieuwkomers veel geld en
moeite kosten om hun producten in de gangbare verkoopkanalen
te distribueren. Het beleid van de overheid: de regering kan
toetreding tot een bedrijfssector beperken of geheel sluiten
door maatregelen als licentieverplichtingen.
De interne concurrentie van spelers op de markt
Wanneer de interne concurrentie (concurrentie tussen de
huidige ondernemingen in de markt) hoog is door bijvoorbeeld
hoge uittredingsbarrières, grote strategische risico's (er
staat veel op het spel), weinig differentiatie en lage
overstapkosten, hoge vaste lasten en opslagkosten, lage
groei of gelijkwaardige concurrenten, kunnen de marges zwaar
onder druk liggen. Hierdoor is de winstgevendheid laag en
kunnen ondernemingen in dergelijke markten fel reageren op
mogelijke nieuwkomers.
Positionering
De kern van het formuleren van een concurrentiestrategie
ligt in het positioneren van de onderneming in de
bedrijfstak. Een goede positionering is er één van waaruit
de onderneming zich kan verdedigen tegen deze
concurrentiekrachten of ze ten gunste van de onderneming kan
laten werken. De mogelijkheden en de te voeren strategieën
om deze positie te bereiken worden in grote mate beïnvloed
door de structuur van de bedrijfstak waarin de onderneming
opereert.
|