|
In de meeste management literatuur over strategie wordt
externe analyse gelijkgesteld met het pull–perspectief. De
organisatie levert producten en diensten aan bepaalde
klanten op bepaalde markten. Welke ontwikkelingen doen zich
daarin voor? Veranderen de klantwensen, kunnen we nieuwe
markten aanboren of moeten we nieuwe producten en diensten
ontwikkelen.
Markten en klanten zijn centrale analyse
objecten. Maar ook andere leveranciers zijn belangrijk. Zij
zijn immers concurrenten en kunnen een deel van de bestaande
klanten overnemen. In meer algemene zin kan de positie
van de organisatie in de bedrijfskolom of waardeketen
onderzocht worden. Waar zit onze core business en waar laten
we anderen het werkt doen? Om het beeld compleet te maken is
het zelfs van belang om te weten hoe de maatschappij over de
organisatie denkt en hoe de omgeving zich de komende jaren
gaat ontwikkelen.
In de literatuur wordt een groot aantal
‘analysemethoden’ beschreven die zich met deze vragen
bezighouden (zie bijvoorbeeld Het Strategieboek, Berenschot).
In de meeste gevallen zijn de methodes niets meer dan
systematische beschrijvingen één of meer objecten uit de
reeks markt, klant, leverancier, omgeving en bedrijfskolom
(waardeketen).
In onderstaand overzicht zijn
deze objecten tezamen met de belangrijkste kenmerken
gerubriceerd.
|
|
|
De meest algemene analyse is de omgevingsanalyse. Het betreft de volgende
factoren:
D E M O G R A F I S C H De demografische factoren omvatten alle elementen
met betrekking tot de omvang en samenstelling van de bevolking, zoals
gezinnen en huishoudens, de geografische spreiding en het
opleidingsniveau.
E C O L O G I S C H Onder ecologische factoren die invloed op
hebben op de bedrijfsvoering verstaan we aandacht voor het milieu en
verantwoordelijk gebruik van grondstoffen.
P O L I T I E K / J U
R I D I S C H
Iedere
organisatie ondervindt op vele manieren de invloed van politiek en de
wetgeving, zoals de wet flexibilisering en de Arbo–wet. Daarbij hebben de
organisaties niet alleen met de nationale wetgeving te maken. Ook
‘Brussel’ doet zijn invloed gelden, de helft van alle wet– en regelgeving
heeft een Europees karakter.
E C O N O M I S C H De invloed van de economische
ontwikkeling voor de individuele organisatie is groot. Daarbij gaat het om
zowel ‘harde’ zaken als inflatie en werkloosheid als ook om ‘zachtere’
factoren als consumentenvertrouwen.
S O C I A A L / C U L T U R
E E L
Normen en waarden worden van generatie op generatie overgedragen. Met name
binnen godsdienst, huwelijk en arbeidsmoraal zien we deze kernwaarde de
laatste vijfentwintig jaar aan verandering onderhevig. Ander normen en
waarden leiden tot andere behoeften, die op hun beurt weer leiden tot
andere producten en diensten. Iets waar iedere individuele organisatie
terdege rekening mee moet houden.
We zien dat de analyse van
stakeholders (klant, aandeelhouder, maatschappij) een centrale plaats
inneemt. Deze analyses zijn een aanvulling op de gegevens die in de meeste
procesgerichte organisaties al over stakeholders worden verzameld (zie
bijvoorbeeld EFQM/INK: waardering van klanten en waardering van de
maatschappij).
Bij externe analyse naar markt en klanten
draait het uiteindelijk om nieuwe product-markt-combinaties
(PMC’s). Welke soort producten moeten we ontwikkelen voor welke groep
klanten en op welke wijze kunnen we deze producten afzetten? Meer
specifieke methoden op dit terrein zijn te vinden in het marketing
vakgebied (Zie voor een goede selectie de hiernaast afgebeelde boeken).
Voor de
concurrentieanalyse van leveranciers wordt meestal
Porters' 5–forcesmodel
gebruikt. 
Dit onderwerp wordt verder
behandeld in het deel
middelen. |
|